Onze laatste dag in Bali. Na het ontbijt maken we al onze koffers, en na drie weken rondreizen betekent dat eerst alles uitpakken, om dan van nul te kunnen herbeginnen. Anders zouden we niet al onze spullen erin krijgen. We zijn er een uurtje zoet mee, maar dan kunnen we met een gerust gemoed een strandwandeling maken. Zoals gewoonlijk beslist Marnix in het hotel te blijven, in het gezelschap van zijn computer en het internet.

 

Het strand in Seminyak is mooi. Heel breed en lang. In de verte zien we het strand bij Kuta, de grote toeristische plaats van Bali, bekend om zijn discotheken en wilde feestjes, maar ook om zijn goede surfmogelijkheden. Wat noordelijker, waar wij zijn, is het veel rustiger op het strand. Hier zijn ook enkele bekende hotels gelegen, zoals de Oberoi. Nog hoger noordwaarts, begint “villaland”, zoals ze dat hier noemen. Slechts 10 jaar geleden waren daar enkel rijstvelden te vinden, maar projectontwikkelaars bouwen die nu stelselmatig vol met toeristenvilla’s. Rijstvelden zijn er een bedreigde soort geworden. Er bestaan wel regels en wetten die dat in toom moeten houden, maar vermits dit land een groot corruptieprobleem kent, kan overal een mouw aan gepast worden.

 

Geert en Anne maken een prettige strandwandeling en gaan dan via het strand het stadje in. In de reisgids staat Seminyak aangeprezen omwille van zijn uitstekende shoppingmogelijkheden. Het is ook daarom dat wij er onze laatste dag geboekt hadden, zodat de dames (in de oorspronkelijke plannen zou Sarah ook meegaan naar Indonesië) nog gezellig wat konden shoppen. Het blijkt echter dat shoppen hier even onprettig is als in de andere stadjes waar we al geweest zijn. Om te beginnen kan je niet echt rustig naar de winkels kijken, want overal zijn de stoepen heel smal, zijn er voortdurend kuilen waar je in kan vallen, en duiken constant obstakels op (zoals geparkeerde brommers  zodat je de straat op moet. En zoals steeds is het verkeer enorm druk, stinkend en vooral oorverdovend luid, zodat je na een half uur wandelen gewoon geen zin meer hebt. Wat zou het concept van een verkeersvrije winkelstraat hier welkom zijn!

 

De winkels zelf zijn ook niet zo geweldig. Dolce en Gabbana blijkt hier enorm populair te zijn, want één winkel op vijf heet zo. Er zijn veel klerenwinkels, met vooral strandmode die qua stijl meestal enkel geschikt is voor 16-jarige Oost-Europese jongedames. Souvenirwinkeltjes verkopen allemaal dezelfde brol, die volgens ons grotendeels geïmporteerd wordt uit China. We zijn blij dat we in Ubud de winkel gevonden hebben met de stoffen. We betalen liever meer voor een authentiek product waarvan de opbrengst ten goede komt van lokale projecten. Maar voor de meeste toeristen hier geldt blijkbaar enkel het criterium van de prijs: het moet goedkoop zijn.

 

Na onze wandeling zijn we doodop van de drukte en de warmte en moeten we even bekomen in onze kamer. We beslissen niet te laat te gaan eten, zodat we morgen goed uitgeslapen aan onze terugreis kunnen beginnen.

 

We kijken al een paar avonden na het eten nog samen met Marnix naar een film. Eergisteren hebben we een Hitchcock uit de doos gehaald (To catch a thief), waarbij we Marnix uitleggen dat Cary Grant de George Clooney was van die tijd. Hij geniet van de film en wil graag weer naar een ‘ouwe gouwe’ kijken. Gisteren werd het dan ‘How to steal a million’ met Audrey Hepburn en Peter O’Toole, en ook dat is een succes. Vandaag wordt het ‘La grande vadrouille’ en kan hij lachen met de kolderhumor van Louis de Funès en Bourvil. Het is telkens een leuke en gezellige afsluiter van de dag.

Advertenties