Niet te laat opstaan (alweer) om vanmorgen de stad even door te gaan. Het oude centrum van Kaapstad is helemaal niet groot. Aan de baaikant begrensd door “Strand” – maar ondertussen ligt het water ruim honderdvijftig meter meer naar de baai. Landwaarts dan weer afgebakend door “Buitenkant” en “Buitengracht”, en verder zijn er nog een Herengracht en een Keizersgracht. Als je de straatnamen op een kaartje leest lijkt de stad nog half Hollands.

We rijden langs het oudste gebouw van de stad (het fort, of kasteel) om vervolgens via het hooggerechtshof -geen zittingen vandaag, het is vakantietijd- naar de Company gardens te gaan. In dit groene stadsdeel zijn de historische gebouwen geconcentreerd, langszij een met bomen afgelijnde dreef. Die leidt ons langs het oude “tuynhuys” (nu de ambtswoning van de president) en de achterkant van het parlement naar Green Market, waar het oude stadhuis staat. Op het plein ervoor staan vele kleurrijke kraampjes waar we vervolgens rustig rondslenteren. Veel houtsnijwerk, juweeltjes en kraaltjes en ook wat spullen gemaakt uit recuperatiematerialen zoals colablikjes. Parallel loopt een winkelwandelstraat, maar die heeft weinig meer te bieden dan wat in de Brusselse Nieuwstraat te vinden is. Op één juwelier na, waar Anne wat uitgebreider haar lèche vitrine hobby beoefent. Ivan moet er zich stilaan bij neerleggen dat wij ook onze eigen variant van African time hanteren. Hij brengt ons nog wel naar de Bo-Kaap, een wijk in de stad waar de bewoners in een vroegere protestactie de huizen hadden geschilderd in alle mogelijke pastelkleuren, en dat zijn blijven doen. Nu wonen er echter niet meer de toenmalige vooral moslim “kleurlinge”, maar de meer begoede stedelingen.

Daarna verlaten we Kaapstad definitief en rijden we naar het wijndomein Vergelegen. Onderweg ontvangen we een sms-je van Sarah dat ons gerust stelt over de staat van huis en kinderen.

Vergelegen is een oude boerderij/landerij prachtig gelegen naast de bergen in Somerset West. Het domein heeft prachtige tuinen en er staan de oudste kamferbomen van Zuid-Afrika (geplant door Willem van de Stel tussen 1700 en 1706 en nu beschermde monumenten). Het huis is zeer fotogeniek, ondanks de vele wijzigingen die het heeft ondergaan sinds zijn bouw. Het is ommuurd door een vrij unieke achthoekige muur en in de ommuurde tuin bloeien, spijts de zomertijd, tal van uiteenlopende planten.

Daarna rijden we naar Stellenbosch, waar we even stoppen in “Oom Samie se winkel”, een 107 jaar oude winkel waar je alles kan kopen. Wat je vrij letterlijk kan nemen: het is een soort magazijn voor de koloniaal, dat in zijn oorspronkelijke inrichting is behouden en aangevuld met wat modernere necessities. Maar je vindt er dus nog altijd koord, zadels, koloniale stoffen en kledij, blikken dozen en zo meer. En het nieuwere spul, zoals olie of rijst, wordt verpakt in historisch aandoende zakjes of blikken en de specerijen staan uitgestald in grote jute zakken. De uitbaatster hoort ons met elkaar praten en wil graag weten waar we vandaan komen. Het is ons al enkele keren overkomen. We spreken geen Afrikaans, het lijkt erop maar het klinkt toch ook niet zoals Nederlands uit Nederland. Ze kunnen het niet goed situeren en willen er het fijne van weten. Als zij een heel verhaal afsteekt over de reis van haar dochter naar A’dam kunnen we de grote lijnen wel oppikken, maar de details ontgaan ons. In geschreven vorm snappen we het Afrikaans makkelijk, maar eenmaal gesproken wordt het echt wel moeilijk volgen. De dame moet het gemerkt hebben, want de afrekening gebeurt voor de veiligheid in het Engels…

Morgen komen we terug naar Stellenbosch om dit universiteitsstadje wat meer in detail te bekijken.

Verder naar Franschhoek waar lange jaren geleden Franse hugenoten woonden. Niemand spreekt er nog Frans -ze mochten niet van de Hollanders- maar alle restaurants en wijndomeinen hebben er Franse namen. Blijkbaar een grote frustratie voor Franse toeristen dat ze zich hier toch niet verstaanbaar kunnen maken en -o ramp- zelfs geen Franstalige menu’s kunnen krijgen! Het is een aangenaam plaatsje met veel winkeltjes en veel toeristen die er rondkijken en een terrasje doen. De “betere” toeristenval, kortom. Niettemin staan er nog historische gebouwen en tegen de achtergrond van de gebergten oogt dat heel knap. Fotograferen is een frustratie: het contrast met het helle zonlicht maakt evenwichtig belichte foto’s onmogelijk. Grrr.

Doorrijden naar onze overnachtingsplaats tenslotte, de Zevenwacht Wine Estate. Mooi domein met een prachtig zicht over de vlakte waar Kaapstad gevestigd is, en heel in de verte zie je de Tafelberg. Vandaag weer met zijn “Tafelkleed”, of wolkendek. Wanneer ’s avonds de lichtjes van de stad aangaan heb je zicht op miljoenen lampjes. Niet dat we er na verloop van tijd nog aandacht voor hebben, want Ivan vermaakt ons met enige hilarische en absoluut niet voor publicatie geschikte verhalen van zijn gidswedervaren. Die mens komt wat tegen!

Na het avondeten nog tot middernacht ons best gedaan voor dit tekstje. Al moeten we hier niet zelf rijden, en zelf gewoon niet zelf denken, toch zijn we elke avond behoorlijk moe en ook nog de foto’s aan vullen lukt niet meer. Een beetje patience hiervoor dus.

Advertenties