Zevenwacht is een groot wijngoed, hoog gelegen en zittend op het terras van de gastenlounge is er een wijds uitzicht over de vallei tot aan de tafelberg. Ook het hoofdhuis is mooi gelegen in een groene tuin. Des te teleurstellend is de cottage waar we te slapen gelegd worden. Met die prachtige omgeving is men erin geslaagd de gastenhuisjes zo te bouwen dat je nergens een venster hebt met een ander uitzicht dan een muur op een meter afstand. Heel erg camera obscura dus, en ook geen terras, op het eerste cottage na (waar niet wij maar een ander koppel huist). Enfin, we hadden dan toch de zonsondergang kunnen meemaken op het hoger gelegen terras.

Het ontbijt in Zevenwacht is dan weer wel zeker de moeite. Zeer uitgebreid en lekker, we profiteren ervan een goede basis te leggen voor de rest van de dag, die we grotendeels in de wagen zullen doorbrengen. Er wacht ons vandaag immers een rit van meer dan 400 km om in onze volgende bestemming te geraken.

Maar eerst nog een wandeling door Stellenbosch, een universiteitsstadje dat zowel qua inwonersaantal als studentenaantallen zeer vergelijkbaar blijkt met Leuven. Het is een zeer blanke omgeving, wat door diezelfde universiteit kan verklaard worden: het is de enige universiteit van het land waar alle cursussen in het Afrikaans worden gegeven.

Maar nu is het hier grote vakantie, en is het dus tamelijk rustig in het stadje. De enige beweging komt van de toeristen. We bezoeken het plaatselijk museum, een aaneenschakeling van 4 huizen die elk op zich een voorbeeld zijn van de typische bouwstijl van een bepaalde periode, lopend van ongeveer 1700 tot 1850. In elk huisje is een dame aanwezig die in epoquekledij wat uitleg geeft.  Meubels en huisraad zijn volgens de toenmalige tijd. Het lijkt wat op Bokrijk, maar de huizen bevinden zich nog op hun originele locatie. Opvallend: van het oudste kleine huis tot de jongste patriciërswoning blijkt lopend water te ontbreken. Dat in 1710 nog met emmers naar de rivier gelopen moest worden lijkt ons nog begrijpelijk, maar ook nog in 1810 of 1850? Ah ja, de slaven doen dat toch, zo luidt het antwoord…

Ook in Stellenbosch is een “kruithuis”, een opslagplaats voor kruit, omgeven door dikke muren om bij eventuele ongevallen het dorp te beschermen tegen de ontploffing. Voor het bestond bewaarde iedereen zijn kruit in huis, maar daar gebeurden regelmatig ongevallen mee. Door de bouw van de centrale opslagplaats werden die ongevallen tot nul herleid.

Na nog even in het zeer fotogenieke stadje rondgelopen te hebben, beginnen we aan de lange rit naar Calitzdorp. We moeten drie bergtoppen over, dus dat geeft telkens wat gekronkel door bergen, waarna lange rechte stukken door valleien volgen. Er zijn zwarte bergen en rode bergen en ze zijn allemaal even mooi. Het landschap (de Klein Karoo) verveelt nooit tijdens de 6 uur durende reis. We zien geen wilde dieren, die zijn hier al lange tijd geleden verdwenen, ofwel allemaal gejaagd en opgegeten, ofwel verjaagd. Wel te zien zijn struisvogelboerderijen en op sommige velden tussen de wijngaarden ook koeien, schapen en geiten. Overal verspreid, maar steeds op grote afstand van mekaar, liggen boerderijen. Hier hou je best je buren te vriend, want alle anderen wonen een heel eind weg. Toch kruisen we nog enkele piepkleine dorpjes, gesticht door Duitse missionarissen. En hoe klein ook het dorp, de zwarten wonen naar traditie apart in een township enkele kilometer erbuiten. Op de lange rit ligt ook Ashton, een dorp dat aan een conservenfabriek is verbonden, waar alle inwoners (zwarten en kleurlingen, geen blanken) werk hebben in de fabriek en waar de inwoners inderdaad opvallend beter gekleed rondlopen dan elders in de Kaap.

Op het eind van de rit gaan we op zoek naar onze overnachtingsplaats. De laatste 20 km moeten we over een grintweg rijden. We rijden en rijden, het stof dwarrelt hoog op achter de wagen. Eindelijk zien we de (gesloten) toegangspoort tot het “hotel”, waarop Geert opmerkt dat dit niet het juiste hotel is! We hadden dit inderdaad oorspronkelijk gereserveerd, maar een maand geleden hadden zij laten weten dat ze hun zaak opdoekten, waarna een ander hotel werd gereserveerd door de reisorganisatie in Nederland. Blijkt nu dat zij dit nooit hebben laten weten aan onze gids, die uiteraard zijn traject uitgestippeld had op basis van de oorspronkelijke gegevens. Daar stonden we dan, in het midden van een grintweg, voor een gesloten poort. Het plan om alleszins voor donker aan ons adres toe te komen – de wegen zijn immers onverlicht- was geslaagd, mits dit ons juiste adres zou zijn geweest. Wat nu echter? Wonder bij wonder bleek er toch GSM-ontvangst te zijn, en na enig getelefoneer met een lokale reisagent kregen we een routebeschrijving voor het nieuwe adres. Hehe. 20 km terugrijden over de grintweg is niet super, maar er zijn veel ergere dingen, dus iedereen had weer alle vertrouwen in een goede afloop.

En inderdaad, na opnieuw een goed halfuur in de wagen komen we aan in onze echte bestemming, Calitzdorp Country House. Waar de eigenaar ons prompt ontvangt met een welgemeend: “Zijn jullie er nu al? Ik had jullie pas morgen verwacht!” Het is onze avond wel. Na consultatie van zijn papieren blijkt dat we wel degelijk voor vanavond hadden gereserveerd, maar de eigenaar was het echt helemaal uit het oog verloren. Snel-snel brengt hij enkele kamers in orde, maar het in principe ook geboekte avondeten, nee, dat kunnen we niet krijgen, daarvoor verwijst hij ons door naar een pizzeria in het dorp. Gelukkig zijn we hier voor de landschappen en de natuur, en niet voor de typische gastronomie, waarover anderen dus maar moeten opgeven…

Overigens zijn vegetariërs hier toch wel wat scheef bekeken mensen. Geert zegt de mijnheer van het restaurant dat hij geen vlees eet en vraagt of er een schotel is met vis, waarop die dadelijk antwoordt dat de zee zich hier al 50 miljoen jaar geleden teruggetrokken heeft en dat er dus inderdaad geen vis is.

Morgen oudejaar. We zullen dan nog op dezelfde locatie doorbrengen, maar dan eten we wel in het hotel, zoals eigenlijk vandaag ook al voorzien was. De eigenaar heeft al gezegd dat het “full house” zal zijn. Dat hoort Ivan, onze gids graag. Toen wij hem vertelden hoe wij onze oudejaarsavonden plegen door te brengen (thuis voor de buis) was hij al heel bezorgd geworden dat hij op zijn eentje een hoedje op zou moeten zetten en op een fluitje blazen. Gezelschap genoeg dus, morgenavond.

ps de link met onze foto’s op flickr leggen in een bericht zelf lukt ons nog niet maar fotootjes kunnen worden bekeken via:

http://www.flickr.com/photos/54996395@N04/sets/72157628595519047/

(dus copy-paste de link in de adresbalk van je browser) en, voor de duur van onze reis, via de flickr link in de kolom links.

Advertenties