Onze rondreis zit er bijna op. In elk geval is vandaag de laatste dag met onze gids, Ivan. Hij brengt ons tot onze volgende – en laatste- bestemming en zal dan terug naar huis gaan.

We beginnen de dag met het uitstekende ontbijt van Villa Afrikana en treuzelen niet om te vertrekken, er moet immers een rit van bijna 450 kilometer afgelegd worden. Eerst proberen we nog lokale macadamia-noten te kopen voor Geert. Het zijn z’n favoriete noten maar in België zijn geen lekkere te vinden. Volgens Ivan worden ze in een lokale supermarkt verkocht. Gisteravond kwamen we daar aan om drie na vijf, om dan te ontdekken dat de winkel sloot om vijf uur. Vandaag hebben we meer geluk, denken we, want de winkel is open. En de macadamia’s worden er wel degelijk verkocht, maar anderen zijn ons voor geweest: het rek is volledig leeg. Met lege handen dan maar verder, na nog even al de lokale groenten te hebben bekeken.

De rit brengt ons van de west cape naar de east cape. Het landschap wijzigt in de loop van de voormiddag. Het fynbos verdwijnt en maakt plaats voor een groenere omgeving, die duidelijk meer water krijgt. Er zijn grote veeboerderijen en we zien ook dennenbossen, die aangeplant worden voor de houtindustrie.

Het Kariega Game Reserve, waar we de volgende twee dagen zullen doorbrengen, is een privé-natuurreservaat waar de dieren vrij in een enorm domein rondlopen. En met enorm bedoelen ze hier echt enorm, er past ongetwijfeld een Belgische provincie in. De beestjes zijn dus niet zielig opgesloten in een kooi. Het ganse domein is omheind met elektrische draad om te trachten de dieren binnen te houden. Dat lukt echter niet altijd: als een olifant of leeuw er persé uit wil, dan houdt die draad hen niet tegen.

Na het afscheid van Ivan, krijgen we eerst een lekkere lunch en kunnen we daarna even uitrusten op onze kamer. Om 16.00 uur begint een eerste rondrit op het terrein, op zoek naar de beesten. De rit zal tussen 3 en 4 uur duren en met 10 mensen zit de jeep bomvol. Onze ranger rijdt zeer beheerst door het domein, kwestie van de putten en builen op de weg niet te fel te laten voelen. In een eerste omheining, waar ook de logies zijn, zitten vooral brave beestjes (impala, bokken, wildebeest, eland). Eens we de weg oversteken naar de tweede omheining, weten we dat daar ook stoute beestjes rondlopen. Naar het schijnt wordt de (open) jeep niet aangevallen omdat de beesten ons en de jeep als een geheel zien dat te groot is om aan te vallen. Om die reden mogen we ook niet rechtstaan inde jeep.

Na wat rondrijden duiken plots enkele olifanten uit de bosjes op. Je vraagt je af hoe zo’n grote dieren zich kunnen verstoppen in het woud, maar toch lukt het hen want ze verrassen ons echt wel. Er zijn drie dieren, waaronder de matriarch van de kudde. De ranger weet waar de rest van de kudde zich bevindt en rijdt ernaar toe. Er zijn behoorlijk wat jonge dieren bij de kudde van 26. Er ontspint zich een dans tussen olifant en jeep. Als de olifant een stapje vooruit zet, rijdt de jeep enkele meters achteruit. Olifant weer wat dichterbij, jeep weer wat achteruit. Dit een aantal keer na mekaar, tot de olifant genoeg heeft van het spelletje.

Ondertussen is het later geworden en rijden we terug richting verblijf. Een andere jeep signaleert leeuwen, dus daar nog snel naartoe. Het blijken twee mannetjes te zijn die languit liggen te slapen en zich zelfs niet door de motor laten wakker maken.

Aan een waterpartij merken we nog twee nijlpaarden, die tegen valavond uit het water zijn willen komen.

Daarna naar de lodge, waar een niet al te fameuze maaltijd volgt. Morgen worden we gewekt om 5.30 om dan om 6 uur weer een rondrit van een drietal uren te maken.

Advertenties